De curator na de curator
In dit artikel:
Agentic AI schuift nadrukkelijk tussen kunstenaar en instituut en raakt vooral de infrastructuur rondom kunst: curatoren, critici, musea, galeries, biënnales en onderwijs. Waar curatie lange tijd berustte op schaarste — beperkte ruimte, aandacht en toegang tot archieven en netwerken — ondermijnt autonome software die exclusiviteit door in hoog tempo archieven te doorzoeken, verbanden te leggen en interpretatieve modellen te genereren. Dat betekent niet dat machines “beter” kureren, maar wel dat de vanzelfsprekende uniciteit van curatoriële beslissingen minder vanzelfsprekend wordt.
De hedendaagse tentoonstellingspraktijk leunt vaak op herkenbare discursieve formats: participatieprojecten, dekoloniale narratieven, globale Zuid‑perspectieven, archiefgeoriende research en politieke gevoeligheden. Dergelijke formules verspreiden zich via een relatief klein Angelsaksisch-europese netwerk van instellingen, opleidingen en tijdschriften en vormen zo een internationale curatoriële grammatica. Voorbeelden uit de tekst: JR’s participatieve projecten die in de jaren 2010 radicaal leken maar snel een wijdverbreid format werden, en de verspreiding van “dekolonisatie” als dominant tentoonstellingsrecept tussen circa 2015–2025. Ook de Venice Biennale 2024 illustreert enerzijds het belang van thema’s als migratie en diaspora en anderzijds hoe herkenbaar en herhaalbaar die curatoriële talen zijn geworden.
AI herkent zulke patronen binnen seconden en kan duizenden discursieve lijnen tegelijk verwerken: vergeten kunstenaars koppelen aan actuele thema’s, alternatieve kunsthistorieën simuleren, of genealogieën bouwen buiten institutionele traagheid. Dat maakt agentic AI uitermate effectief in de associatieve arbeid die veel van de huidige betekenisproductie uitmaakt. Tegelijkertijd ontbreken aan algoritmen aansprakelijkheid, reputatierisico en politieke verantwoordelijkheid — elementen die wel bij mensen liggen. Daarmee verschuift de centrale vraag van “wie selecteert?” naar “wie krijgt het vertrouwen om culturele betekenis publiek gewicht te geven?”
Die verschuiving duidt op een mogelijke nieuwe rol voor curatoren: minder als exclusieve selecteurs van objecten en meer als publieke editors en infrastructuurcritici. In die positie gaat het om verantwoordelijkheid nemen voor welke datasets dominant worden, welke verbanden circuleren en welke vormen van culturele intelligentie macht krijgen. Omdat AI trainingsdata reproduceren die historische machtsverhoudingen weerspiegelen — westerse canonvorming, geografische ongelijkheid, institutionele voorkeuren — wordt beheer over die data politiek en esthetisch beslissend.
Voor jonge curatoren en zelfstandige makers biedt deze ontwikkeling zowel een waarschuwing als een kans. AI democratiseert technische aspecten van curatie en maakt overvloedige selectie mogelijk; daardoor stijgt de waarde van publiek verantwoorde beslissingen en ethische positionering. Tegelijk opent de afnemende schaarste ruimte voor alternatieve curatiepraktijken die moeilijk te automatiseren zijn: langdurige, relationele trajecten met kunstenaars, lokale en contextuele betrokkenheid, langzame vormen van samenwerking en publieke frictie. Vertraging, aanwezig zijn en het toelaten van twijfel kunnen opnieuw als methoden van waarde worden gezien tegenover de snelle, reproduceerbare narratieven die AI makkelijk produceert.
Kortom: AI verandert niet alleen het gereedschap van curatoren maar legt bloot hoe voorspelbaar veel institutionele legitimatie al was. De uitdaging wordt om curatie opnieuw te definiëren — van het beheren van zichtbaarheid naar het bouwen van omstandigheden waarin betekenis openbaar kan ontstaan én kritisch bevraagd kan worden. Dat vraagt om nieuwe verantwoordelijkheden, beheer van datasets en een herwaardering van traagheid en langdurige betrokkenheid binnen een cultuursector die steeds meer op snelheid en zichtbaarheid draait.
Vandaag Inside: Jan Paul van Hecke: 'Wereldkampioen worden, dan kan het helemaal niet meer stuk!'