Europese datacenters kampen met aangescherpte regelgeving en beperkte ruimte
In dit artikel:
Cushman & Wakefield meldt dat de operationele datacentercapaciteit in het EMEA-gebied eind 2025 boven de 11,4 GW lag (een jaar-op-jaarstijging van circa 19%) en dat de totale ontwikkelpijplijn met ruim 25% toenam tot bijna 15 GW. In de praktijk blijft de daadwerkelijke bouw echter achter: slechts ongeveer 2,5 GW is momenteel in aanbouw. De grootste belemmeringen zijn stroomschaarste, beperkte netaansluitingen en lange vergunningstrajecten, factoren die bepalen waar nieuwe centra nog haalbaar zijn en waar investeerders uitwijken naar secundaire markten of regionale clusters.
De traditionele kernmarkten — de FLAPD-regio’s (Frankfurt, Londen, Amsterdam, Parijs, Dublin) plus Milaan — blijven de grootste hubs en huisvesten ruim 45% van de operationele capaciteit in EMEA. Naarmate deze markten verzadigen, verplaatsen ontwikkelaars zich naar locaties met voldoende vermogen, ruimte en minder restrictieve vergunningen. Amsterdam heeft met 852 MW nog altijd een van de grootste Europese hubs, maar ziet zijn groeivoorraden slinken: 182 MW is in aanbouw en 250 MW gepland, waardoor de stad terugzakt naar de vijfde positie onder Europese toplocaties.
De krapte rond Amsterdam wordt toegeschreven aan het datacentermoratorium van 2019, aangescherpte regelgeving en politieke druk op energie- en ruimtegebruik. Daardoor zijn grootschalige nieuwe projecten complex en tijdrovend. Tegelijkertijd verwacht branchevereniging DDA dat in Nederland nog minstens zeven hyperscale-datacenters gerealiseerd zullen worden; veel projecten hebben al vergunningen ontvangen en kunnen ondanks lokaal verzet doorgaan.
De zaak heeft bredere economische gevolgen: in het AI-tijdperk is beschikbaarheid van hoogwaardige datacentercapaciteit en voldoende netcapaciteit cruciaal voor concurrentiekracht. Nederland profileert zich internationaal met bedrijven als ASML, maar zonder tijdige uitbreiding van reken- en netcapaciteit kan dat de innovatie- en investeringsklimaat remmen. Daarom is Groningen door zijn ruimte, relatief betere stroomtoegang en vaak kortere vergunningstijden als schaalbaar alternatief in opkomst; de regio krijgt onder meer een aangekondigde rijksbijdrage van €200 mln voor ontwikkeling.
Kortom: de Europese race om digitale infrastructuur wordt steeds meer bepaald door de praktische beschikbaarheid van stroom, netaansluitingen en uitvoerbaar beleid. Voor Nederland ligt de opgave in het combineren van ruimte en energiebeleid om datacenters en AI-diensten duurzaam en dichtbij gebruikers mogelijk te houden.