Het imposter syndrome bij creatieven
In dit artikel:
Zelftwijfel betekent niet automatisch dat je een bedrieger bent; vaak wijst het juist op zelfreflectie en hoge normen. Uit onderzoek van Vréneli Stadelmaier blijkt dat driekwart van de werkende vrouwen en de helft van de mannen in Nederland ervaringen kent die onder het imposterfenomeen vallen. Bij mensen in creatieve beroepen — ontwerpers, fotografen, kunstenaars — komt die twijfel vermoedelijk nog vaker voor, omdat hun werk lastig objectief te meten is.
De term imposterfenomeen werd in 1978 door Pauline Clance en Suzanne Imes geïntroduceerd om mensen te beschrijven die hun successen toeschrijven aan toeval of misleiding in plaats van aan eigen kunnen. Recente onderzoekers zoals Jasmine Vergauwe benadrukken dat het geen psychiatrische diagnose is maar een spectrum van gevoelens: van incidentele onzekerheid tot verlammende twijfel. Historische en literaire voorbeelden (John Steinbeck, Ed van der Elsken, fotograaf Bertien van Manen) tonen dat zelfs internationaal erkende makers en schrijvers die twijfels hebben en dat die twijfels hun creativiteit niet per se in de weg zitten; soms dienen ze juist als brandstof.
Twijfel en creativiteit hangen samen. Neurowetenschappelijke bevindingen laten zien dat onzekerheid beide hersenhelften activeert — een combinatie die creatief denken kan stimuleren. Tegelijkertijd heeft twijfel een donkere kant: wanneer ze leidt tot het afslaan van opdrachten, te lage tarieven of het voortdurend minimaliseren van eigen werk, wordt het kostbaar. Onderzoek laat bovendien zien dat vrouwen gemiddeld lagere tarieven hanteren dan mannen met vergelijkbare kwalificaties; onzekerheid speelt hierbij mee en kan op lange termijn leiden tot onderbetaling, overuren en burn-out.
Er is geen universeel zes-stappenplan om twijfel te elimineren, maar er zijn praktische manieren om haar minder schadelijk te maken. Belangrijk zijn erkenning en normalisering: weten dat veel collega’s dit hebben helpt. Het verzamelen van feiten — positieve feedback, terugkerende opdrachten, jarenlange beroepspraktijk — helpt gevoel en realiteit tegenover elkaar te zetten. Open gesprekken, steun van collega’s of een netwerk verminderen de impact van impostergevoelens. Daarnaast loont het om zakelijke en financiële randvoorwaarden op orde te brengen, zodat onzekerheid niet voortkomt uit onzekere contracten of slecht honorarium.
Kortom: twijfelen sluit excellent werk niet uit. Wie leert de twijfel te gebruiken als scherpte in plaats van rem, en tegelijk praktische zekerheid organiseert, houdt energie over voor wat er echt toe doet: blijven maken.