Het jaar waarin spacetech serious business werd
In dit artikel:
IAG — het conglomeraat achter maatschappijen als Aer Lingus, Vueling en British Airways — heeft een overeenkomst met SpaceX’ Starlink gesloten waardoor passagiers straks gratis razendsnel wifi krijgen tijdens vluchten. Dat is onderdeel van een bredere verschuiving: breedband- en telefoniediensten verhuizen deels van de aarde naar satellieten in een baan om de aarde, met toepassingen voor vliegtuigen, cruiseschepen en afgelegen gebieden (denk aan de Australische outback of het Zwitserse hooggebergte).
Starlink ontstond in 2015 en bouwde binnen ongeveer tien jaar een constellatie van tienduizenden satellieten. SpaceX ziet in ruimtedatacenters een kostenvoordeel — directe toegang tot zonne-energie, minder koelingsproblemen en geen grondkosten — en wil servers onder zijn breedbandsatellieten plaatsen, waardoor een gedistribueerd computernetwerk in de ruimte zou ontstaan. Volgens de plannen zou dat ook de financiering van Elon Musks grootschalige Mars-ambities moeten ondersteunen; Starlink wordt bovendien gezien als kandidaat voor een zeer grote beursgang in 2026 (geschatte waarde rond 1,5 biljoen dollar).
Deze trend heeft een nieuwe commerciële sector op gang gebracht: van ruimtelinkaanbieders (Amazon, Google, AST SpaceMobile, Eutelsat) tot projecten voor ruimtedatacenters (ASCEND, Google wil in 2027 bouwen) en commerciële ruimtestations of productiefaciliteiten (Vast, Starlab, Redwire, Varda). Tegelijk ontwikkelt China vergelijkbare programma’s, terwijl Europa op dit infrastructuurniveau tot nu toe een beperkte rol speelt.