Nederlandse digitale economie groeit verder, maar verschillen tussen digitalisering en digitale sector nemen toe
In dit artikel:
De Nederlandse digitale economie bleef in het eerste kwartaal van 2026 groeien, vooral door verdere digitalisering en een sterke opmars van kunstmatige intelligentie. Volgens cijfers van Pb7 Research, met steun van onder meer de Dutch Cloud Community, de Dutch Data Center Association en Rabobank, stegen de zakelijke uitgaven aan publieke cloud naar circa 2,9 miljard euro, een plus van 16,5 procent op jaarbasis. Vooral IaaS groeide hard, naar ruim 1 miljard euro, doordat bedrijven meer AI-toepassingen draaien en daarvoor extra rekenkracht en opslag nodig hebben.
Hoewel de Digitale Economie Index Nederland licht daalde van 117 naar 116 punten, ziet de onderzoekersgroep dat niet als een echte terugval. De cijfers laten vooral zien dat digitalisering, digitale infrastructuur en de digitale sector zich niet overal in hetzelfde tempo ontwikkelen. Het aantal ICT-banen bereikte bovendien een record van 586.000 werkenden, een stijging van 2,3 procent.
De digitale sector zelf liet een tweeslachtig beeld zien: de toegevoegde waarde groeide met 2,8 procent naar 10,7 miljard euro, maar de werkgelegenheid zakte met 4,2 procent naar ongeveer 367.000 mensen. Dat wijst erop dat automatisering, cloudplatformen en AI al beginnen door te werken in hogere productiviteit, waardoor met minder personeel meer economische waarde wordt gecreƫerd.
Tegelijkertijd lopen de fysieke grenzen van de digitale infrastructuur op. Netcongestie, vergunningen en internationale concurrentie remmen uitbreiding, terwijl de snel stijgende vraag naar datacentercapaciteit en stroomvoorziening de druk verder verhoogt. Ook digitale weerbaarheid en soevereiniteit kregen meer aandacht, mede door grote cyberincidenten bij onder meer Odido en ChipSoft en door de verdere uitwerking van de Nationale Digitaliseringsstrategie.
De Oranjezomer: Theo Janssen blikt terug op debatten Frans Timmermans: 'Ik vond het lastig om naar te kijken'