Waarom een streng socialemediabeleid een gemiste kans kan zijn
In dit artikel:
Begin dit jaar schrapte attractiepark Efteling spontaan door medewerkers gemaakte filmpjes achter de schermen of in dienstkleding op platformen als TikTok en Instagram. Die beslissing roept de vraag op of het park hiermee risico’s wil afdekken of juist een waardevolle bron van authentieke zichtbaarheid wegneemt.
De conclusie van vijf jaar onderzoek door mij en prof. An‑Sofie Claeys (Universiteit Gent), gebaseerd op interviews, surveys, inhoudsanalyses en experimenten, biedt relevant achtergrondmateriaal. We onderzochten waarom werknemers over hun werk posten, hoe organisaties dat gedrag kunnen beïnvloeden en wat de effecten zijn voor zowel medewerkers als werkgevers. Uit de studie blijkt dat werknemers op sociale media doorgaans positieve, geloofwaardige boodschappen over hun werk delen. Ze functioneren vaak onbedoeld als merkambassadeurs: ze promoten vacatures, successen en diensten en zetten de organisatie in een gunstig daglicht. Openlijk negatieve of onprofessionele posts zijn zeldzaam en worden meestal gebruikt om frustratie te ventileren, niet om de werkgever opzettelijk te schaden.
Deze employee advocacy levert meetbare voordelen op: het kan de reputatie van een organisatie verbeteren, de aankoopintentie bij consumenten verhogen en positieve mond‑tot‑mondreclame stimuleren. Medewerkers noemen als motivatie vooral het versterken van de organisatie en het aantrekken van klanten of collega’s. Belangrijk is dat veel ambassadeurschap spontaan ontstaat wanneer mensen zich goed voelen op het werk.
Wat betekent dat voor beleid? Strikte, verbiedende richtlijnen zoals die van Efteling kunnen authenticiteit en organische zichtbaarheid ondermijnen. Effectievere aanpakken zijn faciliterend: geef heldere, positieve richtlijnen over wat wél mag, bied training en voorbeelden en vermijd overmatige stimulering die het ambassadeurschap geforceerd maakt. Zo wegen de kansen van werkgerelateerd socialemediagebruik doorgaans zwaarder dan de risico’s.