Wennink waarschuwt voor massale banenomslag door AI
In dit artikel:
Kabinetsadviseur en oud‑ASML‑topman Peter Wennink waarschuwt in zijn nieuwe welvaartrapport dat de versnelling van digitalisering en kunstmatige intelligentie ingrijpende gevolgen krijgt voor de Nederlandse arbeidsmarkt en economie. Tijdens de presentatie afgelopen vrijdag stelde hij dat de aangekondigde reorganisaties bij onder meer ABN AMRO nog maar het begin zijn en dat meer ontslagen onvermijdelijk zijn naarmate bedrijven technologische ingrepen doorvoeren. Reskilling — grootschalige omscholing en mobiliteit van personeel naar andere sectoren — noemt hij een van de drie pijlers voor toekomstig talentbeleid, naast beter technisch onderwijs en het aantrekken van internationaal talent. Wennink waarschuwt dat veel werknemers niet simpelweg van het ene bureau naar het andere gaan, maar mogelijk naar zorg of energiesector moeten overstappen, wat om ingrijpende aanpassingen in arbeidsmarkt‑ en onderwijspolitiek vraagt.
Naast menselijk kapitaal wijst hij op een infrastructureel tekort: Nederland blokkeert vrijwel overal de komst van datacenters (van 342 gemeenten weigeren er 340 datacenters) en dreigt zo marktaandeel te verliezen aan steden als Frankfurt en Parijs. Europa bezit naar schatting maar vijf procent van de mondiale rekencapaciteit, wat volgens Wennink onvoldoende is om AI‑innovatie te stimuleren; hij pleit daarom voor een Nederlandse 'AI‑gigafabriek' en voor meer datacenterontwikkeling. De Dutch Data Center Association zegt bereid te zijn 10 miljard euro privaat te investeren in energiezuinige infrastructuur.
Wennink signaleert ook pijnlijke keuzes: Nederland scoort laag in het aantal studenten in technische opleidingen (slechts België doet slechter) en hij pleit voor financiële prikkels om bèta‑studies aantrekkelijker te maken — maatregelen die schaarse onderwijsmiddelen anders zullen verdelen. Daarnaast remmen strikte staatssteunregels jonge bedrijven: startups met een zwakke balans komen soms niet in aanmerking voor subsidie omdat ze als ‘in moeilijkheden’ worden gezien.
Om zijn pakket aan maatregelen te realiseren, rekent het rapport op enorme investeringen: tussen ongeveer 150 en 190 miljard euro in de komende jaren. Als springplank pleit Wennink voor een nationale investeringsbank en een agentschap voor baanbrekende innovatie; die bank zou 10–20 miljard aan startkapitaal kunnen bevatten en via internationale markten een hefboom van 3–5 keer kunnen bereiken. Zijn slotopmerking illustreert de ernst: “Als het makkelijk was, dan hadden we het al gedaan.” Concreet advies: fiscale regelingen voor reskilling, flexibilisering van onderwijs en arbeidsmarkt, snelle aanleg van datacenters en gerichte financieringsmechanismen om Nederland concurrentiekracht in AI en technologie te behouden.