Wie draagt het risico van cultuur?

maandag, 26 januari 2026 (09:47) - Marketingfacts

In dit artikel:

Het Tapijt van Bayeux — een 68,3 meter lang middeleeuws textielmonument — krijgt in 2026 voor het eerst in meer dan negen eeuwen een Britse terugkeer. De aankondiging concentreerde veel aandacht op het verzekerde bedrag: circa 800 miljoen pond. Cruciaaler dan de absolute som is echter dat het tapijt onder de Britse Government Indemnity Scheme valt: de staat treedt op als verzekeraar en garandeert risico’s voor tijdelijk uitgeleend erfgoed. Dat is geen markttechnische waardering, maar een publieke uitspraak over welk verlies de samenleving onaanvaardbaar vindt.

De praktische achtergrond van zo’n staatsgarantie is eenvoudig: commerciële polissen en premies zouden grote internationale bruiklenen onbetaalbaar maken. Door het risico collectief te dragen kunnen musea wereldberoemde stukken tonen. Maar de regeling doet ook institutioneel iets anders: ze plaatst sommige objecten buiten de logica van koop en verkoop en behandelt ze als gemeengoed waarvan het behoud een maatschappelijke taak is.

Die collectieve bescherming staat in scherp contrast met de positie van hedendaagse makers. Beeldend kunstenaars, ontwerpers, musici en schrijvers werken doorgaans binnen marktlogica en tijdelijke subsidie-instrumenten. Voor hun werk bestaan zelden staatsgaranties; verzekeringen zijn commercieel, premies drukken op productiebudgetten en bij schade of verlies zijn de gevolgen vaak persoonlijk en zwaar. Het effect is paradoxaal: cultuur wordt pas breed verzekerd zodra zij oud genoeg is om als erfgoed te gelden; het toekomstige erfgoed ontstaat doorgaans onder individuele risico’s.

Er bestaat in Europa geen algemeen equivalent van het Britse systeem. De EU ondersteunt culturele mobiliteit en productie via programma’s als Creative Europe en reguleert zaken als auteursrecht en erfgoedbescherming, maar neemt zelden financiële risico’s van internationale bruiklenen over. In Nederland valt erfgoedbescherming onder het ministerie van OCW en de Erfgoedwet; ook hier treedt de staat bij topstukken soms substantieel in de risicodraaglast (de Nachtwacht is het bekendste voorbeeld). Voor hedendaagse makers zijn er ondersteunende fondsen zoals het Mondriaan Fonds, maar die bieden geen structurele risicodeling; subsidies zijn tijdelijk en competitief.

Een recente casus illustreert hoe die scheidslijn in de praktijk werkt. Bij de tentoonstelling Dacia – Rijk van goud en zilver in het Drents Museum verdwenen waardevolle Romeinse objecten uit een uitleencollectie van het Nationaal Historisch Museum in Boekarest. Hoewel die objecten nationaal-symbolische waarde hebben voor Roemenië, nam de Roemeense staat ze niet zelf verzekerd en richtte de schadeclaim zich op het Drents Museum. Dankzij een verzekering met deels overheidsgarantie kon circa 5,7 miljoen euro worden uitgekeerd, maar de immateriële schade — herinnering, identiteit, symbolische betekenis — bleek onverzekerbaar.

De auteurs (Peter Guido de Boer en Jetse de Vries) voeren in het artikel een gesprek over wat verzekeren feitelijk betekent in culturele context: niet alleen een technische schatting van vervangingswaarde, maar een morele en politieke keuze over wat we collectief willen beschermen. Zoals schade-expert Jetse de Vries het samenvat: “Zo’n bedrag is geen marktprijs… Het is een manier om vast te leggen welk verlies we als samenleving onacceptabel vinden.” Die keuze resulteert in een stelsel dat het verleden collectief verzekert en het heden individualiseert.

Dat stelt een ongemakkelijke vraag: wanneer en hoe besluiten we dat iets — ook als het nog jong, experimenteel of omstreden is — belangrijk genoeg is om samen het risico te dragen? De oplossing ligt mogelijk minder in het simpelweg uitschrijven van nieuwe polissen en meer in een andere culturele houding: waardering en bereidheid om risico te delen in de fase waarin betekenis nog gevormd wordt, niet pas na consensus. Verzekeren wordt dan niet louter financieel beleid, maar een expliciete maatschappelijke uitspraak over welke vormen van cultuur we willen laten overleven.